De basis: je auto heeft een accu die je weer oplaadt
Een elektrische auto heeft een accu waarvan de capaciteit wordt uitgedrukt in kilowattuur (kWh). Een kleinere EV kan bijvoorbeeld een accu van ongeveer 30 of 40 kWh hebben, terwijl grotere modellen 70, 80 kWh of meer kunnen opslaan.
Die accugrootte is belangrijk voor zowel je actieradius als je laadtijd. Als je 40 kWh moet bijladen, ben je bij hetzelfde laadvermogen eerder klaar dan wanneer je 70 kWh moet toevoegen.
Opladen zelf kan op verschillende manieren. Heel langzaam kan het via een gewoon stopcontact, met een mobiel laadstation dat ook wel een granny charger wordt genoemd. Gebruik daarvoor alleen een geschikte en veilige elektrische installatie. Veel gebruikelijker is een zogeheten wallbox of laadpunt thuis, een openbare laadpaal of – onderweg – een snellader.
Elektrische auto thuis laden
Kun je thuis laden, dan is dat voor veel EV-rijders de makkelijkste én goedkoopste basis. Je parkeert de auto, sluit hem aan en de volgende ochtend heb je weer voldoende energie voor je ritten. Je laadt tegen het tarief van je eigen stroomcontract en hoeft niet speciaal naar een laadstation zoals je met een brandstofauto naar een tankstation rijdt.
Via een gewoon stopcontact laad je doorgaans maar met enkele kilowatts. Een vaste wallbox kan veel sneller laden. In Nederlandse woningen zie je bijvoorbeeld laadvermogens van ongeveer 3,7 kW en 11 kW. Een laadpunt kan soms 22 kW leveren, maar je auto én elektrische aansluiting moeten dat ondersteunen.
Meer weten over een laadpunt bij huis? Bekijk thuisladen met een elektrische auto.
3,7 kW, 11 kW en 22 kW: hoe snel laad je?
Het getal op een laadpunt vertelt hoeveel vermogen de lader maximaal kan leveren. Maar een laadpaal van 22 kW betekent niet automatisch dat jouw auto ook met 22 kW laadt. De auto heeft zelf een maximale laadsnelheid voor dit soort laadpunten.
| Vermogen | Waar kom je het tegen? | Ongeveer per uur* |
|---|---|---|
| ± 2–3,7 kW | Stopcontact of langzaam laadpunt | 2–3,7 kWh |
| 11 kW | Veel wallboxen en openbare laadpalen | 11 kWh |
| 22 kW | Sommige wallboxen en openbare laadpalen | 22 kWh |
| 50 kW | Langzamere snelladers en sommige laadlocaties | Tot circa 50 kWh |
| 100–350+ kW | Moderne snellaadstations | Afhankelijk van auto en laadcurve |
*Theoretische orde van grootte. In de praktijk kunnen laadverlies, vermogensdeling en beperkingen van de auto het werkelijke resultaat verlagen.
Een concreet voorbeeld: staat je auto aan een openbare paal van 22 kW, maar kan jouw auto daar maximaal 11 kW laden, dan blijft de laadsnelheid ongeveer 11 kW. Andersom geldt hetzelfde: een auto die 22 kW aankan, laadt aan een 11 kW-paal maximaal ongeveer 11 kW.
Technisch worden normale laadpunten meestal AC-laders genoemd en snelladers DC-laders. Voor dagelijks gebruik is vooral relevant hoeveel kW de lader levert en hoeveel jouw auto accepteert. Wil je de techniek erachter weten, lees dan AC-laden vs DC-laden.
Openbare laadpalen: kijk naar locatie én prijs
Heb je geen eigen oprit of parkeerplaats, woon je bijvoorbeeld in een appartement of kun je thuis geen laadpunt plaatsen, dan ben je vaak aangewezen op openbare laadpalen. Een laadkabel over de stoep leggen is bovendien niet overal toegestaan. Openbare laadpalen vind je bijvoorbeeld in woonwijken, parkeergarages, bij winkels, hotels en andere bestemmingen. Ook als je thuis wél kunt laden, kan een openbare laadpaal handig zijn wanneer je auto langere tijd ergens geparkeerd staat.
Bij openbaar laden is niet alleen de laadsnelheid belangrijk. Iedere laadpaal wordt geëxploiteerd door een laadpaalexploitant, vaak aangeduid als de CPO. Daarnaast gebruik je meestal een laadpas, app of andere betaalmethode van een aanbieder. Daardoor kan dezelfde laadpaal afhankelijk van je betaalmethode een ander totaalbedrag kosten.
De app of laadpas van de exploitant zelf kan een voordelige keuze zijn, maar dat is niet gegarandeerd. Andere aanbieders kunnen een ander kWh-tarief, een starttarief of transactiekosten rekenen. Controleer daarom vóór het laden het actuele tarief in de app of bij de betaalmethode die je gebruikt.
Sommige openbare locaties hebben ook laders van ongeveer 50 kW. Dat is aanzienlijk sneller dan een normale 11 of 22 kW-paal, maar opnieuw geldt: je auto moet die snelheid kunnen benutten.
Lees ook alles over laadpassen en hoe laadkosten zijn opgebouwd.
Snelladen doe je vooral onderweg
Snelladen is vooral handig wanneer je een grotere afstand rijdt en onderweg snel energie nodig hebt om verder te kunnen. Langs snelwegen en belangrijke routes vind je laadstations waar je met tientallen tot honderden kilowatts kunt laden.
Hoe snel dat gaat, hangt sterk af van de auto. Een snellader kan bijvoorbeeld 300 kW aanbieden, maar als jouw auto maximaal 150 kW accepteert, laad je nooit sneller dan de auto toestaat. Zelfs die 150 kW is meestal geen constante snelheid.
Een EV heeft namelijk een laadcurve. Met een relatief lege accu kan de auto vaak veel vermogen opnemen. Naarmate de accu voller wordt, verlaagt de auto het laadvermogen om de accu te beschermen. Vooral richting een hoge laadstatus kan de snelheid sterk teruglopen.
Daarom zie je bij EV's vaak een opgegeven laadtijd van 10 tot 80%. Rond en boven 80% kan doorladen steeds meer tijd kosten. Tijdens een lange rit is het daardoor vaak sneller om voldoende bij te laden voor het volgende traject en later opnieuw te stoppen dan één keer tot 100% aan de snellader te blijven staan.
Meer hierover lees je in snelladen met een elektrische auto.
Waarom laad je soms langzamer dan verwacht?
Het maximale laadvermogen van je auto en de laadpaal betekent niet dat je die snelheid altijd haalt. In de praktijk kan het laadvermogen lager uitvallen. Bij sommige laadlocaties wordt het beschikbare vermogen bijvoorbeeld verdeeld wanneer meerdere auto's tegelijk laden. Ook kan een laadpunt tijdelijk minder vermogen leveren of niet optimaal functioneren.
Zie je bijvoorbeeld dat je auto met 6 kW laadt terwijl hij 11 kW aankan en je aan een 11 kW-laadpaal staat? Dan hoeft er niet direct iets mis te zijn met je auto. De beperking kan ook bij de laadpaal of de beschikbare capaciteit op die locatie liggen.
Hoe lang duurt het opladen van een elektrische auto?
Voor normaal laden kun je de laadtijd grofweg inschatten door het aantal kWh dat je wilt toevoegen te delen door het laadvermogen in kW. Wil je bijvoorbeeld 44 kWh bijladen en laadt de auto daadwerkelijk met 11 kW, dan is dat theoretisch ongeveer vier uur.
Bij een auto met een grotere accu duurt dezelfde procentuele laadbeurt langer als er meer kWh moet worden toegevoegd. Ook laadverlies en variaties in het beschikbare vermogen zorgen ervoor dat de praktijk iets afwijkt van de simpele rekensom.
Bij snelladen werkt die berekening minder goed omdat de laadsnelheid voortdurend verandert. Kijk daarom bij het vergelijken van EV's niet alleen naar het maximale aantal kW, maar ook naar de 10–80%-laadtijd en de laadcurve.
Zie hoe lang duurt een elektrische auto opladen? voor de uitgebreide uitleg.
Welke laadkabel heb je nodig?
Voor de meeste moderne elektrische auto's in Europa gebruik je bij een normale openbare laadpaal een Type 2-laadkabel. Bij veel van deze palen neem je je eigen kabel mee. Bij een snellader zit de laadkabel vrijwel altijd aan de lader vast; moderne Europese EV's gebruiken daarvoor meestal CCS.
Let bij een losse laadkabel niet alleen op de stekker, maar ook op het maximale vermogen dat de kabel ondersteunt. Een kabel moet passen bij de mogelijkheden van je auto en de laadpunten die je gebruikt.
En wat is CHAdeMO?
Naast CCS kun je bij sommige snelladers nog een CHAdeMO-aansluiting tegenkomen. CHAdeMO is een oudere snellaadstandaard die vooral is gebruikt door Japanse elektrische auto's, zoals de Nissan Leaf en Nissan e-NV200. Ook bepaalde uitvoeringen van onder andere de Mitsubishi Outlander PHEV gebruiken CHAdeMO.
Bij nieuwe elektrische auto's in Europa is CCS inmiddels de dominante standaard en CHAdeMO komt steeds minder voor. Heb je een oudere EV met CHAdeMO, controleer dan vooraf of een laadlocatie deze aansluiting nog aanbiedt.
Lees verder in welke laadkabel heb je nodig?.
Moet je een elektrische auto tot 80% of 100% laden?
Een veelgestelde vraag is tot hoeveel procent je een elektrische auto het beste kunt opladen. Moet je stoppen bij 80%, kun je gewoon tot 100% laden en is volledig opladen slecht voor de accu? Het antwoord hangt onder andere af van het type batterij in je elektrische auto.
Veel elektrische auto's hebben een NMC-batterij. Bij dit type batterij is het voor dagelijks gebruik meestal niet nodig om steeds tot 100% te laden. Langdurig op een zeer hoge laadstatus staan zorgt voor extra belasting van de batterij. Daarom adviseren veel autofabrikanten voor dagelijks gebruik een laadlimiet van bijvoorbeeld 80% of 90%.
Dat betekent niet dat je een NMC-batterij nooit tot 100% mag opladen. Ga je een lange rit maken of met de elektrische auto op vakantie, dan kun je de extra actieradius gewoon gebruiken. Het is vooral verstandig om de auto na het volledig opladen niet onnodig lang met 100% acculading te laten staan. Stel indien mogelijk het laden zo in dat de accu kort voor vertrek vol is.
Een LFP-batterij werkt anders
Sommige elektrische auto's gebruiken een LFP-batterij. Dit type batterij kan beter tegen een hoge laadstatus dan een NMC-batterij. Bij auto's met een LFP-batterij kan de fabrikant daarom adviseren om regelmatig tot 100% te laden. Dat kan ook belangrijk zijn om het batterijmanagementsysteem een goede inschatting van de resterende acculading te laten maken.
Ga daarom niet automatisch uit van de bekende 80%-regel. Controleer welk batterijtype jouw elektrische auto heeft en volg vooral het laadadvies van de fabrikant. Dat advies kan per merk, model en batterijversie verschillen.
Waarom stop je bij snelladen vaak rond 80%?
De 80%-regel bij snelladen heeft nog een andere reden. Bij veel elektrische auto's neemt de laadsnelheid boven ongeveer 80% sterk af om de batterij te beschermen. Van 10% naar 80% laden kan daardoor relatief snel gaan, terwijl de laatste 20% veel langer duurt.
Onderweg is het daarom vaak sneller om rond 80% weer te vertrekken en later opnieuw kort te snelladen dan om bij één snellader te wachten tot de accu helemaal vol is. Heb je die extra energie echt nodig om je bestemming te bereiken, dan kun je natuurlijk verder laden.
Dagelijks laden in de praktijk
De grootste omschakeling ten opzichte van tanken is dat je met een EV vaak laadt terwijl je toch al stilstaat. Thuis tijdens de nacht, op het werk tijdens je werkdag of aan een openbare laadpaal terwijl de auto geparkeerd staat.
Je hoeft dus niet standaard te wachten tot de accu bijna leeg is en vervolgens speciaal naar een lader te rijden. Als je regelmatig kunt laden op momenten waarop de auto toch niet wordt gebruikt, kost laden je in het dagelijks leven nauwelijks extra tijd.
Snelladen heeft een andere functie. Dat gebruik je vooral onderweg tijdens langere ritten, wanneer je extra bereik nodig hebt om je bestemming of volgende laadstop te bereiken. Ook dan kun je het laden vaak combineren met iets wat je toch al wilde doen. Even naar het toilet, koffie halen, iets eten of gewoon je benen strekken terwijl de auto wordt opgeladen.
Dat merk je vooral tijdens een lange autorit of vakantie met de elektrische auto. In plaats van zo lang mogelijk doorrijden en daarna uitgebreid laden, kun je laadstops combineren met de pauzes die je onderweg toch al neemt. Hoe lang zo'n stop duurt, hangt onder andere af van je auto, de snellader, de laadcurve en hoeveel energie je nodig hebt om verder te rijden.
Het doel is onderweg daarom meestal niet om de accu koste wat kost tot 100% te laden. Boven ongeveer 80% neemt de laadsnelheid bij veel elektrische auto's flink af. Vaak ben je sneller op je bestemming door voldoende bij te laden en daarna weer verder te rijden.
Gidsen over laden
Verdiep je verder met de praktische EVKompas-gidsen binnen dit onderwerp.